Het is rustig op het jaagpad langs de Kromme Rijn. Neefje J. van 9 loopt al spelend achter me aan. Een visser langs de kant tuurt in het water.
J. blijft staan bij de visser en vraagt de man (vissers zijn bijna altijd mannen; althans ik heb nog nooit een vrouwelijke visser gezien) belangstellend:
"Hallo".
"Hallo", zegt de visser en blijft turen naar zijn dobber.
"Bent u aan het vissen?"
"Ja" zegt de visser die een man van weinig woorden blijkt te zijn.
"Heeft u al wat gevangen?", vraagt J.
"Ja, 1 vis", zegt de visser.
J. buigt zicht voorover naar de gevangen vis, kijkt de man nog even onderzoekend aan of ie nog wat zal vragen, maar besluit dan bemoedigend: "Nou, veel geluk dan nog vandaag" en loopt huppelend weer achter me aan.

